Ouderverstotingssyndroom

Het ouderverstotingssyndroom (PAS)
Vele kinderen die onze praktijk bezoeken, lijden aan het ouderverstotingssyndroom.

Wat is PAS?
De Amerikaan Richard Gardner was de eerste die het ouderverstotingssyndroom of PAS (Parental Alienation Syndrome) beschreef. De meeste hulpverleners, alsook onze wetgevers en rechterlijke macht, weten niet goed om te gaan met de gedachte dat PAS zou moeten worden gezien als een vorm van kindermishandeling. Ouderverstoting kan inderdaad schadelijk zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen lijden onder situaties waarin de zorgende ouder de echtscheiding niet kan verwerken en de andere ouder zwart maakt. De schade die het kind daardoor ondervindt, kan zo groot zijn dat hij of zij voor de rest van zijn leven hiervan last kan houden. (psychische klachten, verminderd gevoel van eigenwaarde, verlies van contact met eigen gevoelens, verminderde prestaties op intellectueel gebied, gebrekkige sociale ontwikkeling,…)

Wanneer een kind aan PAS lijdt, heeft het in feite een loyaliteitsconflict doorgemaakt. Loyaliteit is een veelgebruikt begrip. In het dagelijks taalgebruik wordt met loyaliteit meestal een gevoel van verbondenheid tussen mensen bedoeld. Kinderen met loyaliteitsconflicten zitten klem tussen hun ouders. Zij willen van de twee blijven houden en hen niets tekort doen. In een echtscheiding weten kinderen geen raad met hun gevoelens voor hun ouders en ze merken al gauw, dat wat ze ook doen, ze voor hun gevoel bijna altijd verraad plegen, tegenover een van hen. Kinderen van gescheiden ouders kunnen het immers moeilijk verwerken wanneer ouders laten merken dat de ander niet alleen als partner, maar ook als ouder mislukt. Zeker wanneer zij hun kinderen daarvan proberen te overtuigen. Dan komt een kind in een loyaliteitsconflict. Een kind met PAS “houdt” van de ene ouder en “haat” de andere ouder. Het kiest ogenschijnlijk zonder enig schuldgevoel, voor die ouder met wie het als klein kind een sterkere binding had. Dit gebeurt vooral als ouders na een scheiding een zogenaamde vechtrelatie met elkaar hebben. Het kind is dan bang om de binding met de geliefde ouder te verliezen. Het ziet het afstoten van de andere ouder, dikwijls de vader, als enige oplossing. Het probleem is dat de “geliefde”ouder hier dikwijls bewust en onbewust aan meewerkt. Bijvoorbeeld door te eisen dat vader buiten blijft staan of door het antwoordapparaat aan te zetten en de telefoon alleen op te nemen als het vader “niet” is. Of door elke contactpoging van de gehate vader als “lastigvallen” te bestempelen.

Waaraan herken je PAS?
het kind laat openlijk haat en woede zien ten opzichte van de andere ouder, zonder dat die gevoelens gebaseerd zijn op persoonlijke ervaringen met die ouder.
- weigert contact met de andere ouder
- gebruikt onduidelijke argumenten voor de haat
- praat openlijk over wat de andere ouder in zijn ogen fout doet
wat de andere ouder ook doet, het is altijd fout
- praat alleen positief over de ouder bij wie die woont
- praat in herhalingen en klinkt “voorgeprogrammeerd”
- vertelt verhalen die niet kloppen
- kan geen positieve herinneringen vertellen over de andere ouder
- haat niet alleen de andere ouder, maar ook zijn vrienden omgeving, werk, hobby’s en alles wat maar in verband gebracht kan worden met hem of haar.

Enkele toevoegingen vanuit onze praktijkervaring :
het kind praat alsof het de geliefde ouder is
voorbeeld “papa heeft ons bedrogen met een ander”.
- geeft aan dat het zich niet schuldig voelt over zijn haatgedachten
- is bang dat de gehate vader hem of haar niet meer graag ziet.
- functioneert bij een beginnend ouderverstotingssyndroom, goed op school en in sociale contacten
- leeft op “haat en boosheid” en is niet meer in staat andere gevoelens toe te laten.
Het bevriest zichzelf.
Na verloop van tijd krijgen we te maken met een geparentificeerd kind
hoe ouder het wordt, hoe meer het “mannen in het algemeen”gaat haten. Het mijdt alle gevoelens van verliefdheid.
We beperken ons tot het “vaderverstotingssyndroom” maar uiteraard worden er ook in de praktijk “moeders” verstoten.

De hulpvraag naar therapeutische ondersteuning van kinderen komt in 90% van de gevallen van de moeder. (niet van de vader) De moeder vraagt hulp aan de therapeut omdat zij het gevoel heeft alles gedaan te hebben wat in haar macht ligt om haar kinderen “gelukkig” te maken, zonder het gewenste resultaat. De moeder maakt zich zorgen om de kinderen omdat:
- ze niet meer naar hun vader willen
- met veel tegenzin naar hun vader gaan en met hem in conflict komen
- het kind gedragsproblemen vertoont
- depressief overkomt (huilen, verlies van interesse in school en hobby’s…)
- een angststoornis ontwikkelt.(verlies van controle over huidig leven..)

Hoe ontstaat PAS?
In de meeste gevallen gaat het om kinderen die zich verantwoordelijk voelen voor de partner die “alleen” achterblijft. (lees de partner die zich slachtoffer voelt van de huwelijksbreuk). Het kind gaat (bewust en onbewust) deze ouder beschermen tegen De “kwade, de schuldige”. Hoe doet hij of zij dat?

- Door in eerste instantie een soort van “bondgenootschap” te creëren met de rouwende ouder. Wij tegenover de hele wereld.
- Door op allerlei manieren voor de ouder te zorgen en een voorbeeldige zoon of dochter te zijn. Dat kan gaan van helpen in het huishouden tot beslissen om niet meer uit te gaan omdat de gedupeerde ouder alleen achterblijft.
- Door de volledige schuld van de relatiebreuk, bij de andere ouder te leggen en zich te verzetten tegen de liefde, aandacht en zorg die hij wilt geven.
De rol van beschermer en redder is voor een kind te zwaar. Het kind zal zijn eigen verwachtingen niet meer kunnen waarmaken en voelt zich “schuldig”.
Het kind zal zich ook “schuldig” voelen (bij vechtscheiding) wanneer hij of zij de ouder, die het huis verlaten heeft, nog steeds aardig vindt.

Langzaam aan zal het kind in een loyaliteitsconflict komen en om zijn eigen vel te redden (onbewust) zal hij kiezen voor de gedupeerde ouder. Een heleboel stress en spanning valt weg. Geen leugentjes om bestwil meer, geen schuldgevoel meer wanneer hij of zij de teleurstelling in de ogen van vader ziet. Geen conflicten meer. Het kind krijgt ogenschijnlijk eindelijk rust in zijn/haar leven.

Voorbeeld 1 : Sarah is tien jaar en verzet zich tegen elk bezoekweekend aan de vader. Zij gaat wel naar hem toe omdat het moet, maar “verziekt” de sfeer op alle mogelijke manieren. Ook de nieuwe partner van vader wordt afgewezen ongeacht hoe lief deze ook voor haar is. Ze vertelt ons “dat ze een eventuele sympathie voor de nieuwe vriendin van vader, zou zien als ontrouw ten opzichte van de moeder” Wanneer de vader een gezellige middag regelt, ontwikkelt Sarah prompt buikpijn en geeft aan dat ze liever voor de tv blijft hangen. Als vader hierop boos reageert, krijst Sarah dat ze onmiddellijk naar huis wil. Ze verkondigt dat moeder nooit boos op haar is. Ze ziet de teleurstelling in vaders ogen….

Voorbeeld 2 : Lynn is 12 jaar. Zij is woedend op vader omdat hij haar moeder verliet voor een andere vrouw. Haar moeder ontwikkelde een eetstoornis en Lynn voelt zich machteloos. De fijne relatie die ze met haar vader had, raakt nu volledig verstoord. Zij gaat vader meer en meer zien door de bril van de moeder. Mijn vader is een psychopaat, vertelt ze me. Op mijn vraag waarom ze dat vindt, antwoordt ze omdat hij zijn naam sinds de scheiding van Dirk naar Dick heeft gewijzigd en verder omdat haar moeder dat vindt. Het weekend bij vader is een HEL. Er zijn ernstige conflicten om “niets” (de soep die te waterig is enz.). Wanneer vader Lynn herhaaldelijk betrapt bij het spioneren in diens loonstroken en bankafschriften (bewijzen die ze aan moeder wil doorgeven) escaleert de toestand. Lynn wordt hysterisch en valt de nieuwe partner van vader aan. De hulp van politie wordt ingeroepen. Wanneer Lynn bij geen van de partijen “erkenning” vindt, loopt ze weg naar haar moeder. Sindsdien is zij niet meer bereid om haar vader te zien. “Hij heeft me laten vallen, hij is bikkelhard voor mij. Hij houdt niet meer van mij” Meer en meer klampt ze zich vast aan haar moeder en de verlatingsangst t.o.v. haar is groot. Naar school wil ze niet meer en ze raakt in een depressie. Ze voelt zich “schuldig” omdat ze haar moeder zo veel last bezorgd. Ze voelt zich ook schuldig omdat ze niet meer naar school wil en daardoor niet meer voldoet aan de verwachtingen van haar moeder.

Voorbeeld 3 : Gwenny 13 jaar woont na de echtscheiding bij moeder. Moeder verbleef, de laatste jaren voor de echtscheiding, op regelmatige basis in het dagcentrum van een psychiatrische instelling. Vader bouwde een eigen zaak uit en kreeg geen hulp van moeder. Vader verwijt moeder dat zij niet actief betrokken is bij de zaak en dat zij ook haar huishoudelijke taken niet nakomt. Hij vindt dat hij niets aan haar heeft en dat ze teveel bij haar moeder op bezoek gaat en te weinig thuis is. De moeder zit na de scheiding, vast in een slachtofferrol. Ten opzichte van de kinderen stelt ze zich hulpeloos op. Moeder spreekt denigrerend over vader, vooral in het bijzijn van de kinderen. Zij is niet bereid om werk te zoeken en eist voor zichzelf een hoge alimentatie. Vader gaat hiermee niet akkoord. Gwenny is razend op haar vader en wil hem nooit meer zien. Moeder schakelt onze hulp in omdat Gwenny een angststoornis ontwikkeld heeft. Gwenny durft de schoolbus niet meer nemen en raakt in paniek wanneer zij naar school moet. In een later stadium durft zij zelfs het huis niet meer verlaten.